Het eerste en het tweede verbond

(In dit artikel maak ik gebruik van de NBG vertaling)

Als we naar de Bijbel kijken zien we twee verbonden, twee testamenten, twee bedelingen.

In het geloof is het belangrijk om een goed onderscheid te maken tussen deze twee.

Hebr. 9: 15- 18

15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

16 Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden;

17 een testament toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft, zolang de erflater leeft.

18 Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd.

In deze tekst lezen we dat Christus is gekomen om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond. Dit laat ons zien dat Christus een offerande heeft gemaakt voor hen die onder het eerste verbond leefde.

Deze worden de geroepenen der belofte genoemd.
Ze waren geroepen tot een belofte, en hadden deze daadwerkelijk ontvangen, maar alleen op basis van de latere kruisdood van Christus.

Verder geeft deze tekst aan dat een testament alleen van kracht gaat worden zal van de dood van de erflater melding gemaakt moeten worden.

Christus bracht een tweede verbond, een tweede bediening.

De “Hij” waarover in deze tekst geschreven word is de Christus. Christus is gestorven. Toen Christus is gestorven toen is het tweede verbond van kracht geworden. Want schrijft onze tekst: “Een testament word toch alleen van kracht als er iemand is gestorven”.

We lezen ook in hfst. 10 dat het bloed van stieren en bokken geen vergeving van zonden kon geven. En dat is de basis voor het tweede verbond. Een tweede verbond moest komen om een perfecte vergeving te bewerken.

Vergelijk ook:

  • Gal. 4: 4- 5

Hebr. 7: 11- 12

11 Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had (immers, daaronder heeft het volk de wet ontvangen), waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchisedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aaron is?

12 Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet.

In deze tekst lezen zien we belangrijke zaken:

  • Het Levitische priesterschap heeft het volmaakte offer niet heeft kunnen brengen.
  • Onder dat priesterschap is de wet ontvangen.
  • Een andere priester is opgestaan naar de orde van Melchisedek.
  • Waar dan een verandering van priesterschap is is ook een verandering van wet.

Johannes 1: 16, 17

16 Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade;

17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

Als we horen naar Johannes, dan verteld hij ons dat Mozes de wet heeft gegeven.
Maar we horen ook een andere stem van Johannes die ons verteld dat we door Christus genade en waarheid hebben ontvangen.

Een verandering van priesterschap bracht een verandering van de wet.

Dat is dan ook het cruciale verschil tussen Mozes en Christus. Wat Mozes heeft gebracht kon alleen maar een vloek brengen. Het enige wat de wet kon doen is mensen veroordelen.

  • Rom. 3: 19- 25
  • Gal. 2: 16; 3: 10- 14

Matt. 28: 18- 20

18 En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.

19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Toen Christus, na verlossing tot stand gebracht te hebben, de wereld ging verlaten liet hij Zijn discipelen weten dat Hij alle macht had gekregen.
Christus was nu koning over het koninkrijk.

  • Fill. 2: 9- 11
  • Koll. 1: 13, 14
  • 1 Petrus 3: 22

Een verbond kan geen twee koningen hebben. Zo heeft het tweede verbond één koning en dat is Christus.
Romeinen 7 vers 1- 6 laat ons zien dat om de wet van Christus te houden en de wet van Mozes dat we dan geestelijk overspel plegen.

Verder lezen we ook dat degene die de wet willen houden, alles moeten volbrengen. (Gal. 5: 4, 5) Degene die het van de wet verwachten zijn van de genade gevallen.

Matt. 5: 17- 18

17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.

18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

We zien hier dat Jezus, aan het begin van Zijn bediening, ingaat op het principe van de wet van Mozes.

Hij laat dan zien, zolang deze wet van kracht is, dat er niets van zal vergaan, dat er niets van ontbonden zal worden.

Deze tekst geeft een tijdselement, het tijdselement is dat wanneer alles geschied zal zijn, dan pas zou deze wet vervuld zijn en plaats maken voor een nieuwe wet/verbond.

Vier elementen komen hier naar voren, te weten:

1. Hij kwam niet om de wet te ontbinden.

Het woord “ontbinden”.

2647 kata’luo, ww

1) ontbinden, uiteen laten gaan

1a) (wat verbonden is), vernielen, verwoesten

1b) metaf. omverwerpen, ten val brengen, te niet doen

1b1) van instellingen, regeringsvormen, wetten, enz., van kracht beroven, annuleren, afschaffen

Christus liet duidelijk zien wat Zijn missie was.
Bij Zijn woorden en daden liet Christus duidelijk zien dat Hij niets van de wet of van de profeten af zou doen, maar dat Hij precies volgens deze wet leefde.
Christus ging naar de synagoge en nam in acht al wat de wet schreef.
Hij heeft daar alles van volbracht in Zijn leven.

2. Hij kwam om de wet van Mozes te vervullen.

Het woord “vervullen”.

4137 ple’ro-oo, ww

1) vol maken, aanvullen

1a) maken dat overvloedig aanwezig is

1a1) ik heb overvloed

2) vol maken, d.w.z. volledig maken

2a) tot boven toe vullen: zodanig dat aan de volle maat niets ontbreekt, tot de rand vullen

2b) voltallig maken, volledig maken

2b1) in elk opzicht volledig maken, volmaakt maken

2b2) tot een eind brengen, tot stand brengen, volbrengen

2c) ten uitvoer brengen, verwezenlijken

2c1) van taken: uitvoeren

2c2) van gezegden, beloften, profetieën, maken dat gebeurt, bekrachtigen, tot stand brengen

2c3) vervullen, d.w.z. maken dat Gods wil (als bekendgemaakt in de wet) naar behoren gehoorzaamd wordt, en Gods beloften (door de profeten gegeven) vervuld worden

Christus is gekomen om datgene wat er in de wet en de profeten geschreven stond om dat te vervullen, om al die taken op zich te nemen en om dat alles tot een einde te brengen.

3. Christus geloofde in het gezag van de wet.

Christus predikte dat niets van deze wet zou vervallen, zelfs niet tot de jota en de tittel, tot alles zou vervuld zijn.

Christus leerde dat elke letter van de wet belangrijk was.

4. Christus leerde dat de wet van Mozes tot een eind zou komen.

Zo lang het in gezag was, zou Christus leven zoals de wet zei, en Christus leerde dit de mensen ook.

“Eer de hemel en aarde vergaat” is een symbolische manier om Zijn woorden kracht bij te zetten.

We zien dat in een andere plaats die parallel is aan deze passage in het boek van Lukas.

Daar sprak Jezus de volgende woorden:

Lukas 16: 16, 17

16 De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.

17 En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle.

Het was “lichter dat de hemel en de aarde zouden voorbijgaan” dan dat een tittel van de wet zou vallen.
Hierin zien we dat Christus vertelde dat de hemel en aarde eerder zouden vergaan dat dan er iets van de wet zou vallen.
Toen Christus aan het kruis is gestorven heeft Hij alles volbracht en kwam de nieuwe wet van Christus.

Vergelijk ook:

  • Rom. 7: 1- 6
  • 2 Kor. 3: 1- 6; 14

In deze twee bovengenoemde teksten lezen we dat er twee bedieningen zijn, dat er geen twee bedieningen op dezelfde tijd kunnen bestaan.
De Joodse gelovigen waren gestorven aan de wet om het eigendom te worden van Christus.

Hij was de vervulling van de wet.

Een sleutelwoord in Matt. 5: 17, 18 is het woord “totdat”.

Wat betekent dit woord??

2193 ‘heoos, vw

1) tot, totdat, zolang als

Christus verteld ons hier dat de wet zou staan, in al zijn details, totdat alles vervuld zou zijn.
Dan is de vraag aan ons, wanneer was alles vervuld??

Handelingen 3: 18- 26

18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.

19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,

20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is.

Vergelijk ook:

  • Handelingen 13: 26- 52

Zie specifiek vers 27, 32

Zie verder:

  • Matt. 1: 22
  • Matt. 2: 15; 17; 23
  • Matt. 4: 14
  • Matt. 8: 17
  • Matt. 12: 17
  • Matt. 13: 14; 35
  • Matt. 21: 4
  • Matt. 22: 10
  • Matt. 26: 54, 56
  • Matt. 27: 9, 35

In al deze passages zien we dat Christus met alle dingen die hij leefde de wet en de profeten aan het vervullen was. Elk gedeelte waar de wet en de profeten over Hem spraken en profeteerden, alles werd door Hem vervuld. Hij volbracht één voor één alle profetien die over Hem gegeven werden.
Met Zijn opstanding was alles vervuld. Toen ging Hij naar de rechterhand van God.

Ten einde om te zeggen toen Hij met Zijn discipelen sprak tussen zijn opstanding en opvaring, de woorden van Lukas 24: 44

Lukas 24: 44

44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.

45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.

Hier in deze tekst zien we dat alles moest vervuld worden in Christus. Christus heeft alles vervuld en daarmee kwam er een einde aan de tien geboden.

“alles” moest vervuld worden en dat is dan ook gebeurd. Christus heeft waarheid gesproken.
De wet van Mozes heeft afgedaan en plaats gemaakt voor de wet van Christus.
Degene die de wet van Mozes nog steeds hanteren worden geestelijke overspelers genoemd.
(Rom. 7: 1- 6)

We zien hier dat Christus in de verleden tijd spreekt: “alles moest vervuld worden”.
Dit laat zien dat Christus alle gerechtigheid van de wet heeft vervuld. (Matt. 3: 15)

De schrijver van Hebreen laat zien in het tiende hoofdstuk dat Christus is gekomen om de wil van de Vader te doen. (Hebr. 10: 7- 10)
Daardoor heeft hij de wet vervuld.

Copyright © 2019 Gert-Jan van Zanten · Webdesign by BinR
All Rights Reserved · webbijbel.nl
Hosted by VDX

 

Naar boven